Rapper / moeder van minderjarig kind II
Rechtbank Den Haag 29 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:17586
Deze zaak is het vervolg op het kortgedingvonnis dat is besproken in de snackable Rapper / moeder van minderjarig kind. Op grond van dat eerdere vonnis moest de rapper onder meer beeldmateriaal van een minderjarig kind van zijn sociale media verwijderen en verwijderd houden, in het bijzonder de videoclip waarin een foto van het kind op zijn telefoon te zien was. Aan die veroordelingen was een dwangsom verbonden van € 5.000 per dag of per overtreding, met een maximum van € 250.000.
De moeder liet het vonnis op 29 april 2026 betekenen. De rapper moest binnen 24 uur aan de veroordelingen voldoen, en dus uiterlijk op 30 april 2026 al het materiaal verwijderd hebben. Op 3 mei 2026 wees de advocaat van de moeder de rapper erop dat er nog een fragment uit de videoclip op zijn TikTok-account stond. Volgens de moeder verbeurde hij daarom dwangsommen zolang dat fragment online bleef. De rapper reageerde daar niet op. Op 13 mei 2026 werd hem bevolen € 60.000 aan dwangsommen te betalen. Op 18 mei 2026 legde de moeder bankbeslag. Diezelfde dag werd het TikTok-fragment verwijderd.
De rapper start daarop een executiegeschil. Hij stelt dat geen dwangsommen zijn verbeurd, omdat het TikTok-fragment volgens hem niet onder het eerdere verbod viel. Subsidiair vindt hij dat executie van de volledige dwangsommen onaanvaardbaar is. Hij zou in de kern aan het vonnis hebben voldaan en alleen dit fragment per ongeluk over het hoofd hebben gezien. Volgens hem heeft hij het fragment na de waarschuwing op 3 mei 2026 direct verwijderd, maar is het door een fout of storing bij TikTok zichtbaar gebleven of opnieuw online gekomen. Hij beroept zich op artikel 611d Rv. en op misbruik van executiebevoegdheid.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat hij het eerdere vonnis niet opnieuw inhoudelijk beoordeelt. In een executiegeschil gaat het erom of de gestelde overtreding onder de eerdere veroordeling valt. Een verbod moet daarbij beperkt worden uitgelegd: alleen handelingen waarvan in redelijkheid niet kan worden betwijfeld dat zij onder het vonnis vallen, kunnen tot verbeurte van dwangsommen leiden.
Die twijfel is er hier volgens de rechter niet. In het eerdere vonnis is de rapper veroordeeld om de video bij het nummer te verwijderen en verwijderd te houden zolang daarin de foto of een andere beeltenis van het kind voorkomt. Die veroordeling gold voor alle sociale-mediakanalen van de rapper. Het TikTok-fragment was onderdeel van die video en viel dus onder het verbod. Dat het kind daarin maar kort en geblurd te zien was, maakt dat niet anders, oordeelt de Voorzieningenrechter. In het eerdere vonnis was al geoordeeld dat het kind ondanks de blur identificeerbaar was.
De rapper heeft het vonnis dus overtreden. Omdat het fragment van 1 mei tot en met 18 mei 2026 online bleef staan, zijn in beginsel € 90.000 aan dwangsommen verbeurd.
Het beroep van de rapper op artikel 611d Rv - dat regelt in welke gevallen een dwangsom kan worden opgeheven, opgeschort of verminderd, slaagt niet. Tot 3 mei 2026 had de rapper het fragment volgens zijn eigen verklaring simpelweg over het hoofd gezien. Van onmogelijkheid om aan het vonnis te voldoen was toen dus geen sprake. Voor de periode daarna heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat er daadwerkelijk een storing bij TikTok was. Dat zulke storingen in algemene zin kunnen voorkomen, is onvoldoende. Het was zijn eigen verantwoordelijkheid om te controleren of het fragment daadwerkelijk offline was, zeker omdat het bovenaan zijn TikTok-account vastgepind stond.
Ook van misbruik van executiebevoegdheid is geen sprake. De rechter past daarbij terughoudendheid. De rapper heeft wel gesteld, maar niet onderbouwd dat hij financieel wordt geruïneerd door de executie. Ook de korte duur van het fragment en de beperkte zichtbaarheid van het kind zijn onvoldoende om te concluderen dat eiseres haar bevoegdheid zou misbruiken, zeker omdat de rapper na de waarschuwing van 3 mei helemaal niet heeft gereageerd.
De vorderingen van de rapper worden daarom afgewezen. De moeder mag de verbeurde dwangsommen executeren.