LEF / Partij met Lef!

Rechtbank Rotterdam 30 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:857

Twee politieke partijen in Voorne aan Zee raken vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 verwikkeld in een conflict over het gebruik van het woord “LEF” in hun namen. Eiseres LEF doet mee aan de verkiezingen onder die naam en beschikt over een geregistreerd beeldmerk voor politieke diensten.

Gedaagde, Groep de Rijke, voert campagne onder de naam “Partij met Lef!” en gebruikt daarbij een logo met zwarte en roze letters. Volgens LEF maakt Groep de Rijke daarmee inbreuk op haar merk- en handelsnaamrechten en dreigt verwarring bij kiezers. LEF eist daarom in kort geding dat Groep de Rijke onmiddellijk stopt met het gebruik van de naam en haar kandidatenlijsten aanpast.

De voorzieningenrechter wijst die vorderingen volledig af. Voor toewijzing van een verbod moet aannemelijk zijn dat de rechter in een bodemprocedure later zal oordelen dat sprake is van merkinbreuk, handelsnaaminbreuk of onrechtmatig handelen. Dat acht de voorzieningenrechter hier onvoldoende waarschijnlijk.

De rechter vergelijkt – in overeenstemming met de regels der kunst  - het merk van LEF zoals dat is geregistreerd met de tekens die Groep de Rijke gebruikt en heeft daarbij in het bijzonder oog voor de totaalindruk van beide logo’s. Het merk van LEF bestaat uit witte cursieve letters op een zwart vlak, gecombineerd met een opvallende graffiti-achtige illustratie. De letters in de logo’s van Groep de Rijke zijn met name roze blokletters en die logo’s vermelden steeds de volledige tekst “PARTIJ MET LEF!”. Hoewel beide partijen actief zijn in dezelfde gemeente en hetzelfde woord gebruiken, verschillen de logo’s volgens de rechter voldoende in kleur, vormgeving en uitstraling. Daardoor is onvoldoende aannemelijk dat kiezers de partijen met elkaar zullen verwarren.

Ook het beroep op het woordmerk “LEF” slaagt niet. Dat woordmerk was pas één dag voor de procedure via een spoedregistratie aangevraagd en stond nog niet definitief vast. Omdat derden nog bezwaar kunnen maken tegen de inschrijving, wil de voorzieningenrechter in kort geding niet vooruitlopen op de vraag of het wel zalworden ingeschreven en of Groep de Rijke zich schuldig maakt aan inbreuk op dát merk.

Van handelsnaaminbreuk is volgens de rechter evenmin sprake. LEF gebruikt uitsluitend de naam “LEF”, terwijl Groep de Rijke consequent naar buiten treedt als “Partij met Lef!”. Bovendien gebruikt Groep de Rijke het woord “lef” nooit losstaand of in dezelfde vormgeving als LEF. Dat beide partijen het woord “lef” gebruiken en roze accenten toepassen, is onvoldoende om verwarringsgevaar aan te nemen volgens de Voorzieningenrechter. Daarbij speelt ook mee dat Groep de Rijke lokaal al bekendheid geniet doordat haar lijsttrekker al in de gemeenteraad zit.

De rechter betrekt daarnaast nadrukkelijk de verkiezingscontext in de beoordeling. Het Centraal Stembureau had de aanduiding “Partij met Lef!” al in juli 2025 officieel geregistreerd. LEF had daartegen beroep kunnen instellen bij de Raad van State, maar heeft dat niet gedaan. Volgens de voorzieningenrechter probeert LEF via dit kort geding alsnog die registratie feitelijk ongedaan te maken. Dat acht de rechter onwenselijk, mede omdat de deadline voor kandidaatstelling zeer dichtbij ligt en een verbod mogelijk zou betekenen dat kandidaten van Groep de Rijke niet meer tijdig aan de verkiezingen kunnen deelnemen. Daarmee zou ook hun passieve kiesrecht in gevaar komen.

Verder rekent de voorzieningenrechter het LEF aan dat zij al geruime tijd bekend was met het gebruik van soortgelijke namen door Groep de Rijke, maar pas vlak voor de verkiezingsdeadline een procedure startte.

Alles afwegend oordeelt de voorzieningenrechter dat het belang van Groep de Rijke om onder haar geregistreerde naam campagne te voeren zwaarder weegt dan het belang van LEF bij een verbod. Alle vorderingen worden afgewezen en LEF wordt veroordeeld in de proceskosten.

Next
Next

Gillis / Kremers