De Grazerij / De Natuurgrazerij

Rechtbank Noord-Nederland 4 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4224

Eiseres De Grazerij is een maatschap die sinds 2001 een boerderijwinkel exeploiteert waar zij onder meer vlees van haar eigen runderen verkoopt. Sinds 2020 staat zij in het handelsregister ingeschreven onder de handelsnaam De Grazerij. Gedaagde exploiteert op ongeveer 15 kilometer afstand eveneens een boerderijwinkel genaamd De Natuurgrazerij, waar hij vlees van zijn eigen runderen verkoopt. Hij schreef zijn onderneming in 2024 in bij de kamer van koophandel onder de naam De Natuurgrazerij.

De Grazerij vindt die naam te veel op haar eigen handelsnaam lijken en vreest dat het publiek in verwarring zal raken. Zij sommeert gedaagde in maart 2025 het gebruik van De Natuurgrazerij te staken. Na enige correspondentie wijzigt gedaagde zijn handelsnaam in juli 2025. Daarmee is de kous echter niet af. De oude naam duikt nog op internet op en gedaagde weigert bovendien de door De Grazerij gemaakte juridische kosten te vergoeden.

De Grazerij stapt daarom naar de rechter. Zij vordert onder meer een verklaring voor recht dat sprake is van handelsnaaminbreuk, staking daarvan en vergoeding van haar volledige advocaatkosten op grond van artikel 1019h Rv. Gedaagde voert alleen tegen die kosten verweer: volgens hem was procederen niet nodig omdat hij al maatregelen had genomen om het gebruik van de naam te beëindigen.

De kantonrechter stelt voorop dat artikel 5 Handelsnaamwet het gebruik verbiedt van een jongere handelsnaam die identiek is aan een oudere handelsnaam of daarvan slechts in geringe mate afwijkt, als daardoor bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te vrezen is.

Daarvan is hier sprake. De Natuurgrazerij wijkt volgens de kantonrechter slechts in geringe mate af van De Grazerij, omdat het onderscheidende bestanddeel Grazerij volledig is overgenomen. Bovendien doen de ondernemingen in wezen hetzelfde, richten zij zich niet aantoonbaar op een verschillend publiek en liggen hun winkels maar 15 kilometer uit elkaar. Daardoor is verwarring bij het publiek te vrezen. Dat gedaagde zijn handelsnaam inmiddels heeft gewijzigd, neemt niet weg dat de oude naam nog online werd aangetroffen. Hij moet daarom iedere resterende inbreuk staken. Aan de opgelegde dwangsom verbindt de rechter wel een belangrijke beperking: gedaagde krijgt na iedere melding eerst zeven dagen om de betreffende inbreuk te beëindigen voordat dwangsommen verbeurd kunnen raken.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde ook in de proceskosten, maar kent niet alle gevorderde kosten toe, hoewel het totaal lager is dan het toepasselijke maximum tarief zoals vermeld in de regeling Indicatietarieven in ie-zaken. Het gaat volgens de kantonrechter om een eenvoudige IE-zaak waarin gedaagde de inbreuk zelf niet betwistte en het debat uiteindelijk hoofdzakelijk over de proceskosten ging. Mede omdat gedaagde vóór de procedure al stappen had gezet om de inbreuk te beëindigen en geen sprake was van kwade trouw, vindt de kantonrechter een volledige vergoeding niet redelijk en evenredig. De advocaatkosten worden daarom vastgesteld op € 7.000. Met deurwaarderskosten, griffierecht en nakosten komt de totale proceskostenveroordeling uit op € 7.810,73.

     

Next
Next

Rij-instructeur / oud-leerlinge