X / Loona & Moonlight Music

Rechtbank Amsterdam 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9874

Leidt het verrichten van werkzaamheden voor een muziekopname automatisch tot een recht op een deel van de royalty’s? Niet zonder meer, zo blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over zangeres Loona. Een partij die productie- en mixagewerkzaamheden had verricht, claimde 50% van de exploitatie-inkomsten uit onder meer Vamos a la Playa en Bailando. De rechtbank oordeelde dat de daarvoor vereiste afspraken of wettelijke grondslag niet waren aangetoond en wees de vorderingen van eiser X volledig af.

Eiser X houdt zich bezig met het maken en uitgeven van geluidsopnamen en muziekproductie. Gedaagde Loona is zangeres en brengt voornamelijk covers uit. Medegedaagde Moonlight Music is haar onderneming. 

In 2009 neemt Loona in de studio van X nieuwe vocalen op van het nummer Life Is Just a Game waarmee zij in de jaren negentig een hit had. Enkele maanden later zingt zij in de studio van X de vocalen in voor Vamos a la Playa, een cover van het gelijknamige nummer van Miranda uit 1998. Dat nummer wordt in 2010 uitgebracht.

Voorafgaand aan die release sluiten X en Loona op 1 juni 2010 een overeenkomst over de exploitatie van Vamos a la Playa en de verdeling van de royalty’s. De overeenkomst geldt twaalf maanden vanaf het uitbrengen van het nummer. Loona maakt een videoclip voor het nummer die ten tijde van de rechtszaak via verschillende YouTube-kanalen meer dan 170 miljoen keer is bekeken.

In de jaren na 2010 verricht X opnieuw productiewerkzaamheden voor Loona, onder meer voor een heruitgave van Loona’s grote hit uit 1998 Bailando - een cover van het nummer van de groep Paradiso - en voor een daarvan afgeleide reclamemix genaamd Slimando.

Vanaf 2017 vraagt X Loona herhaaldelijk om gegevens over de exploitatie van Vamos a la Playa via YouTube en om hem bij onder meer distributeurs als co-producent te registreren, zodat hij rechtstreeks de helft van de inkomsten zou ontvangen.

Omdat X niet krijgt wat hij wil, stapt hij uiteindelijk naar de rechter. Hij stelt dat hij recht heeft op 50% van alle exploitatie-inkomsten uit onder meer Vamos a la Playa en Bailando op grond van de overeenkomst uit 2010 en/of op basis van volgens hem later gemaakte afspraken. Hij vordert betaling van zijn aandeel in die inkomsten en registratie als mederechthebbende bij de distributeurs. Daarnaast vordert hij uitgebreide inzage in de exploitatiegegevens. X baseert zijn aanspraken niet alleen op de gestelde afspraken, maar stelt daarnaast ook aanspraken te hebben op grond van diverse bepalingen uit de Auteurswet (Aw) en de Wet op de naburige rechten (Wnr). Loona betwist dat X recht heeft op de gevorderde inkomsten op een van die grondslagen en vraagt de rechtbank zijn vorderingen af te wijzen.

De rechtbank oordeelt allereerst dat de overeenkomst uit 2010 in juni 2011 van rechtswege is geëindigd omdat partijen een looptijd van één jaar waren overeengekomen. X heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen later mondeling hebben afgesproken die overeenkomst voort te zetten. Voor zover hij nog aanspraken aan de oorspronkelijke overeenkomst kon ontlenen, zijn die bovendien naar Duits recht verjaard, oordeelt de rechter.

X stelt verder dat hij in 2017 respectievelijk 2018 afspraken met Loona zou hebben gemaakt over een 50/50-verdeling van de opbrengsten uit Vamos a la Playa en Bailando. Ter onderbouwing van deze stelling wijst X op correspondentie. Volgens de rechtbank blijkt daaruit niet meer dan dat X bij herhaling de wens heeft geuit om inkomsten te verdelen en als mederechthebbende te worden geregistreerd. De correspondentie toont niet aan dat Loona daarmee ooit zou hebben ingestemd of dat partijen ooit uitvoering hebben gegeven aan de afspraak waarvan X stelt dat die bestaat. Daarbij weegt de rechtbank mee dat X voor andere productiewerkzaamheden facturen stuurde die Loona betaalde. X heeft niet toegelicht waarom voor de werkzaamheden waarop zijn vorderingen betrekking hebben andere afspraken zouden zijn gemaakt.

De rechtbank komt vervolgens toe aan een beoordeling van de auteurs- en nabuurrechtelijke grondslagen waarop X zich beroept. X stelt onder meer rechten te hebben als uitvoerend kunstenaar en als fonogrammenproducent.

Tijdens de zitting voert X aan dat hij als fonogrammenproducent op grond van artikel 7 Wnr recht heeft op 50% van de exploitatie-inkomsten in de vorm van een billijke vergoeding. De rechtbank verwerpt dat beroep en wijst erop dat alleen een collectieve beheersorganisatie op grond van dit artikel aanspraak kan maken op een billijke vergoeding.

X beroept zich ook nog op artikel 25c Auteurswet, dat makers recht geeft op een billijke vergoeding voor het verlenen van exploitatiebevoegdheden. De rechtbank wijst erop dat voor de toepassing van dit artikel vereist is dat partijen een overeenkomst hebben gesloten waarbij X auteurs- of naburige rechten ter exploitatie aan Loona heeft verleend. Zo’n overeenkomst bestaat niet en daarom oordeelt de rechtbank dat X ook geen beroep toekomt op dit artikel.

De rechtbank wijst alle vorderingen van X af en veroordeelt hem tot betaling van de volledige proceskosten van Loona, voor een totaalbedrag van € 31.262,40.

Sjo Anne Hoogcarspel van Mount Law trad op als advocaat voor Loona in deze zaak.

Next
Next

De Grazerij / De Natuurgrazerij