Ondernemer X / PRO-Raadslid

Rechtbank Den Haag 20 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30325

Eiser is een ondernemer die in april 2026 een – tot dan toe nooit geopend – attractiepark in Rotterdam heeft gekocht. Gedaagde is een gemeenteraadslid van PRO Rotterdam.

De ondernemer wil het door hem aangekochte park exploiteren als een plek waar kinderen in een prikkelarme omgeving kunnen spelen en leren. In juli 2026 opent hij het voor het publiek.

De grond waarop het park staat, is eigendom van de gemeente. De erfpachtovereenkomst loopt eind 2030 af en partijen verschillen van mening over wat er daarna met het terrein moet gebeuren. Het PRO-raadslid wil dat de locatie wordt gebruikt voor onder meer de bouw van betaalbare woningen, werkgelegenheid en voorzieningen. Een door hem ingediende motie die daartoe oproept, is in april 2026 door de gemeenteraad aangenomen. De ondernemer zegt het pretpark ook na afloop van de erfpacht te willen blijven exploiteren.

Het PRO-raadslid gelooft niet dat de ondernemer werkelijk van plan is het park voort te zetten. Vlak nadat die motie is aangenomen, noemt hij de ondernemer in een radio-interview bij Rijnmond een ‘spijkerharde speculant’, die “de Samaritaan speelt” maar die in werkelijkheid de attracties zou willen verkopen om vervolgens peperdure woningen te bouwen op de locatie. Volgens het raadslid gaat het de ondernemer uitsluitend om geld en doet hij maar alsof hij zich inzet voor de kinderen in de wijk.

Enkele maanden later beschuldigt het raadslid de ondernemer in een YouTube-interview ook van omkoping. Eiser zou de Partij voor de Dieren en het CDA ieder € 100.000 hebben gedoneerd om hun stemgedrag te beïnvloeden.

De ondernemer sommeert het PRO-raadslid zijn uitingen te rectificeren, maar dat weigert de politicus. De ondernemer start daarop een kort geding. Hij eist niet alleen dat gedaagde zelf zijn uitingen rectificeert, maar wil ook dat de rechter hem verplicht “alle partijen die betrokken zijn geweest bij de beschuldigingen of deze hebben overgenomen” te verzoeken hetzelfde te doen. Daarnaast wil hij dat de rechter gedaagde verbiedt in de toekomst vergelijkbare beschuldigingen te uiten.

Het PRO-raadslid verweert zich op de eerste plaats door te stellen dat sprake is van een zogenaamde SLAPP (Strategic Lawsuit Against Public Participation): een rechtszaak die bedoeld is om iemand die deelneemt aan het publieke debat de mond te snoeren. Volgens hem had de ondernemer de procedure bovendien niet bij de rechtbank Den Haag mogen beginnen, maar bij die in Rotterdam, omdat hij in het arrondissement Rotterdam actief is als raadslid en daar ook woont.

De voorzieningenrechter gaat daar niet in mee. De Europese SLAPP-richtlijn is niet van toepassing omdat de zaak geen grensoverschrijdend karakter heeft. Bovendien kan een rechtbank zich niet onbevoegd verklaren enkel omdat mogelijk sprake is van een SLAPP. Omdat de interviews ook in Den Haag te beluisteren waren, is de rechtbank Den Haag bevoegd van de zaak kennis te nemen.

Vervolgens beoordeelt de voorzieningenrechter of de uitlatingen onrechtmatig zijn. Daarbij stelt zij voorop dat politici een bijzonder ruime vrijheid van meningsuiting hebben. Zij mogen zich in het publieke debat ook kwetsend, schokkend of verontrustend uitlaten. Dat geldt niet alleen tijdens raadsvergaderingen, maar ook daarbuiten.

Die vrijheid is echter niet onbeperkt. Zo moeten beschuldigingen, en zeker ernstige, voldoende basis hebben in de feiten. Het PRO-raadslid heeft echter geen enkele feitelijke onderbouwing gegeven voor zijn beschuldigingen over de vermeende vastgoedplannen en de werkelijke bedoelingen van de ondernemer. Die heeft inmiddels naar eigen zeggen € 18 miljoen geïnvesteerd, het park geopend en kinderen uit de wijk gratis toegang geboden.

Dat het raadslid zijn radio-interview begint met de woorden ‘ik geloof er helemaal niets van’, maakt dat niet anders. Hij presenteert zijn beschuldigingen vervolgens als feiten en tast daarmee zonder voldoende feitelijke grondslag de eer en goede naam van de ondernemer aan. Dat is onrechtmatig volgens de voorzieningenrechter.

Ook de beschuldiging van omkoping is onrechtmatig. Het PRO-raadslid heeft inmiddels zelf erkend dat de donaties aan de Partij voor de Dieren en het CDA niet bedoeld waren om hun stemgedrag te beïnvloeden. Daarmee heeft hij de ondernemer zonder feitelijke grondslag beschuldigd van een ernstig strafbaar feit.

Het beroep van het raadslid op artikel 22 van de Gemeentewet faalt. Op grond van dat artikel heeft een raadslid immuniteit voor hetgeen hij tijdens een gemeenteraadsvergadering zegt, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat die bescherming niet zo ver gaat dat het onrechtmatige karakter van uitlatingen buiten vergadering die niet openbaar bestuurders betreffen kan worden opgeheven door dergelijke uitlatingen ook tijdens een vergadering van de gemeenteraad te doen.

Het raadslid moet de beide uitlatingen die onrechtmatig worden geoordeeld rectificeren op Instagram en LinkedIn, maar kan volgens de rechter alleen verantwoordelijk worden gehouden voor zijn eigen uitingen. De vordering die ertoe strekt dat hij derden vraagt ook tot rectificatie over te gaan, wordt daarom afgewezen. Een algemeen verbod op toekomstige onrechtmatige uitlatingen gaat de rechter ook te ver, net als toewijzing van de gevorderde dwangsommen: de gevorderde € 17.500 per overtreding zou een belemmerend (“chilling”) effect kunnen hebben op het politieke debat.

Van een kennelijk ongegronde vordering of misbruik van procesrecht is volgens de rechter evenmin sprake, nu de vorderingen gedeeltelijk worden toegewezen. Het beroep op SLAPP helpt het raadslid dus ook in dat opzicht niet.

Hoewel een groot deel van de vorderingen strandt, wordt het PRO-raadslid als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de (forfaitaire) proceskosten van de ondernemer.

Next
Next

X / Loona & Moonlight Music